Nanning-Jan Honingh heeft een stukje grond, het ‘land van melk en honing’, waar hij de grond bewerkt volgens oudtestamentische wetten. We spreken met hem over de landbouw in Nederland, over rust voor de grond en de rol van de kerk.
Je bent ecologisch adviseur en onderzoeker, wat houdt dat precies in?
“In de Zak van Zuid-Beveland, waar ik ook woon, is nu een dijkversterkingsproject. Bij zo’n ingreep in het landschap kijk ik of er beschermde planten- en diersoorten zijn en doe daar dan onderzoek naar. In Zeeland is de haas een beschermde diersoort. Als je graszoden overhoophaalt, moet je een ontheffing hebben en tijdelijk vervangend leefgebied aanbieden. Ik snap ondernemers wel die soms gek worden van de regels. Ik ben geen bureau-ecoloog die vanachter een beeldscherm zegt hoe het moet.”

Waar komt jouw liefde voor de natuur vandaan?
“Vakantie betekende voor ons dat we werden uitbesteed aan opa’s en oma’s. Mijn ouders zijn opgegroeid op een klein veehouderijbedrijf in Waterland, ten noorden van Amsterdam. Je kon er eindeloos het land in trekken, een prachtig weidevogelgebied met slootjes om waterdiertjes te vangen. Doordat je opgroeit in het landschap, raak je ermee verbonden. Ik zie met lede ogen aan hoe het in tientallen jaren om zeep is geholpen.”
Wat is er volgens jou veranderd in het landschap?
“Mijn vader heeft nog met een paard gewerkt, in mijn kindertijd kwam de trekker. Die veranderingen gingen door. Twee ooms hebben het bedrijf overgenomen, maar ze waren te klein om overeind te blijven. De notie van weidevogelbeheer of een zorgboerderij was er toen nog niet zo. De boeren die er nu nog zijn, zijn grootschalig. Het is er doodstil, er zit geen leven meer. Koeien komen niet meer buiten.”
Je woont in Zeeland, ook een provincie met een agrarische sector, hoe is het daar?
“Hier waren veel fruittelers, maar de export naar Rusland stortte in elkaar en boeren moesten maar uitzoeken hoe ze het gingen oplossen. Veel grond is overgenomen door akkerbouwers. Die stopten en zijn overgenomen door nog grotere akkerbouwers. Er is veel speculatie met grond, omdat het een minder risicovolle belegging is. Dat drijft de prijs op.”
Kerken kijken vooral op een commerciële manier naar grond. Er wordt meer vertrouwd op het eigen vermogen dan op God.
Veel kerken hebben ook grond…
“Het gesprek hierover wordt niet gevoerd in kerken. Veel pachters zijn ook lid van de kerk, dat maakt het moeilijker. Kerken kijken vooral op een commerciële manier naar grond. Er wordt meer vertrouwd op het eigen vermogen dan op God. Grond is je zekerheid dat je een predikant kunt betalen. Maar je kunt niet twee heren dienen, de mammon én God. Mijn voorspelling is dat als je grond op een andere manier beheert, de schepping er wel bij vaart en dat mensen ook weer naar de kerk komen.”
Een geloofsuitspraak die herkenbaar is. Is het onwil of onwetendheid dat kerken niet anders met hun grond omgaan?
“Het is onwil, die onderdeel is van onze cultuur. In het Oude Testament is grond niet van de boer, maar van God. Die notie hebben wij nooit gehad. We hebben de wetten van het Oude Testament op non-actief gezet, maar intussen zijn we net zo wettisch, maar dan in een ‘heidense’ omgeving. Het is moeilijk voor een kerkenraad om het helemaal anders te gaan doen.”
We hebben de wetten van het Oude Testament op non-actief gezet, maar intussen zijn we net zo wettisch, maar dan in een ‘heidense’ omgeving.
Wat zijn de lessen van het Oude Testament?
“De grondprijs was gebaseerd op het aantal oogsten dat je nog in het vooruitzicht had, voordat het jubeljaar [na zeven maal zeven jaar, red.] aanbrak en een herverdeling plaatsvond, zodat iedere generatie boeren weer opnieuw kon beginnen. Mensen moesten zich afhankelijk weten van God zelf; ze mochten zich niet oriënteren op zon of maan, mensen mochten niet worden uitgebuit. De akkerranden moesten blijven staan voor de weduwen en de wezen. De boer mocht niet weten wie bij hem de oogstresten ophaalden.”
Hebben we daarvan geleerd?
“In Zeeland was veel armoede onder de landarbeiders. Als je steun nodig had, dan ging je naar de kerk. In de kerkenraad zaten de grote boeren en bij hen konden landarbeiders terecht voor een laag loon. Dat veranderde vooral na de watersnoodramp in 1953. Toen de dijkversterkingswerken werden uitgevoerd, keerden arbeiders kerken de rug toe omdat het daar beter voor hen was. Dat de kerken leeglopen, is voor mij geen raadsel.”
Je hebt zelf ook grond, hoe pas jij de oudtestamentische wijsheid toe?
“Die grond was een idee van mijn vrouw Theanne, die mijn gemopper zat was. Ze zei: ‘Waarom ga je het zelf niet een keer proberen?’ Ik heb een hectare grond gekocht waar een moderne boer met machines niets mee kon, een driehoek. Daarbij houd ik de wetten van Mozes voor de landbouw voor ogen. In Egypte hadden boeren de Nijl, maar hoe zag het land van melk en honing eruit, hoe werkte dat? Kanaän is een land met bergen en dalen, met vroege en late regens. De landbouw was aan de tempeldienst verknoopt: granaatappels, dadels etc. moesten worden aangeboden en als de oogst mislukt was, stond je als volk met je mond vol tanden.”

Ben je veel op het land te vinden?
“Ik kom er niet voldoende aan toe. Een paar dingen die ik doe? Het is zware grond en ik ben bezig het organisch stofgehalte van de bodem te verhogen, zodat de bodem beter weerbaar is tegen droogte of veel regen. Ik probeer oude graansoorten te verbouwen, zoals Sint Jansrogge, Emmertarwe en Naakte haver. Dat gaat naar de vogels en muizen, hen zie ik als de weduwen en wezen. In Zeeland zie je wintertarwe, maïs, gras en dat is allemaal veevoer.”
En verder?
“Het was een goed appeljaar, we hebben 120 liter appelsap gemaakt. Ik heb nooit ziekten of plagen in m’n fruitbomen, want rond de akker staat een rand met akkerkruiden en struweel: heggen met sleedoorn, meidoorn, wilde rozen… daarin zitten de plaagdierbestrijders. Die oplossingen zijn al heel erg oud.”
Wat adviseer jij kerkvergroeners?
“Is er in je gemeente én bij de leiding van jouw kerk de wil tot verandering? Dan heeft het een kans. Het is mooi als de kerk financiële ruimte maakt om te experimenteren met extensiever beheer van pachtgrond, zoals regeneratieve landbouw. Maar ook de gemeenteleden zijn aan zet. Theanne en ik zijn lid van de Herenboeren. Uit alle kerkelijke denominaties komen we er mensen tegen: Rooms-Katholiek, Gereformeerde Gemeente, Evangelisch, een Anglicaanse priester. Deze manier van boeren lijkt meer op de Bijbelse manier dan de kapitalistische manier. Die laatste is gebaat bij misoogsten, want dan wordt voedsel meer geld waard door schaarste. Bij de Herenboeren is altijd overvloed: er is genoeg voor iedereen, zelfs te veel.”


