Klimaatverandering is geen theorie meer. Dit jaar 2026 was er al in het voorjaar een hittegolf met in Europa meer dan 20.000 hittedoden, teisterden bosbranden het Europese vasteland, werd vanwege de hitte voor het eerst ‘code rood’ uitgeroepen en is het najaar ongekend warm met deze week temperaturen die oplopen tot ver boven de 25 graden.
We vragen ons af of het wérkelijk tot ons doordringt. Er is veel dat om onze aandacht schreeuwt, van grote wereldproblemen zoals oorlogen en democratieën die onder druk staan, tot huiselijke taferelen van opgroeiende kinderen die hun weg zoeken in de maatschappij. Het is alsof we bij klimaatverandering denken: nu even niet.
En toch. Horen we de schreeuw van onze broeders en zusters in het mondiale Zuiden, die niet of nauwelijks hebben bijgedragen aan klimaatverandering? We zien de beelden uit Nepal en gaan weer verder met ons leven, wat moet je anders? De aarde rouwt (Jesaja 24) om al het leven dat verloren gaat en wij huilen mee. Toch? De Grote of St. Bavokerk in Haarlem organiseert elk jaar op dierendag een Ode aan de uitgestorven dieren. Daarbij klinken hun soortnamen en bij elke naam wordt de klok geluid. Zijn we nog verdrietig over het meer-dan-menselijke leven dat op aarde verloren gaat? Rituelen helpen ons om om te gaan met datgene waar we geen woorden meer voor hebben. En om klank te geven aan stemmen die niet (meer) gehoord worden.
Het is bijna 4 oktober, de naamdag van Sint Franciscus én dierendag, omdat Franciscus de beschermheilige van de dieren is. Hij schreef het bekende ‘Zonnelied’ waarin hij de aarde omschrijft als ‘onze moeder’ en zon, maan, sterren, water, vuur en wind onze broeders en zusters noemt. Zónder de aarde kunnen we het leven niet lang volhouden, zo bezien is ze inderdaad onze moeder.
Het feest van Franciscus is wat ons betreft een goede aanleiding om het over dieren te hebben. We voelen onszelf als mensen heel wat, verheven boven de dieren. Dat we ‘kroon op de schepping’ zijn, is velen van ons met de paplepel ingegoten. Maar steeds meer theologen wijzen er – terecht – op dat niet de mens maar de sabbat de kroon op de schepping is.
Het scheppingsverhaal zelf zet ons nadrukkelijk op onze plek. We delen de zesde scheppingsdag met de landdieren: het vee, kruipende en wilde dieren. Dat zou ons nederiger mogen maken. Als God constateert dat het niet goed is dat de mens alleen is en Hij een helper maakt die bij Adam past, creëert Hij niet allereerst Eva maar … dieren! Adam mag ze allemaal een naam geven.
Bijbels gezien is er nog veel meer dat we delen met dieren. Zo zijn mens én dier gemaakt van het stof van de aarde en krijgen beiden de opdracht om ‘vruchtbaar’ en ’talrijk’ te zijn. Voor allebei is dus een plek op aarde, het is beschamend om te zien hoeveel leefgebied van dieren (en bomen en planten) verloren is gegaan als gevolg van menselijke overheersing.
Veelzeggender is wellicht dat mens én dier de levensadem van God ontvangen (volgens Genesis 2 vers 7, 6 vers 17, 7 vers 15). Bovendien, in het woord voor ‘levend wezen’ (nefesh chajjah) dat in Genesis 2 vers 7 wordt gebruikt, komt het Hebreeuwse woord voor ‘ziel’ (nefesh) terug. De mens wordt door God bezield. Dezelfde Hebreeuwse woorden voor ‘levend wezen’ komen we vaker tegen in het bijbelboek Genesis, in al deze gevallen gaat het niet over mensen maar over dieren. Kennelijk is er meer zielsverwantschap tussen mensen en dieren dan we geneigd zijn te denken.
Dat de liefde van God zich uitstrekt naar ál het leven op deze aarde, ook naar de dieren, kunnen we lezen op talloze plekken in de Bijbel. God sluit een verbond met álles wat leeft (Genesis 9), Hij is de redder van mens én dier (Psalm 36) en héél de schepping deelt in de lofzang (Openbaring 5). Zingen met de bergen, bomen, rivieren, planten dieren … een heerlijk vooruitzicht, maar het is nog afwachten of alle stemmen klinken, nu zoveel soorten uitsterven.
Lang voordat de Partij voor de Dieren werd opgericht, spreekt de Bijbel al over rechten voor dieren, of geeft in ieder geval morele aanwijzingen voor onze omgang met dieren. Zo delen dieren in de sabbatsrust, mag een os niet gemuilkorfd zijn tijdens het dorsen en moet je het moederdier met rust laten als je een nest jonge vogels vindt. De Bijbel getuigt van een zorgvuldigheid en aandacht die in ons landbouwsysteem van steeds efficiëntere productie moeilijk vol te houden zijn.
Gaat het te ver om dieren, naar het gedachtengoed van Franciscus van Assisi, onze broeders en zusters te noemen? Wij denken van niet. Het geeft woorden aan een diepe notie van medeschepselijkheid die ons kan helpen om onze blik te verschuiven van heerschappij naar wederkerigheid en zorgzaamheid. Het is onvoorstelbaar dat er in ons land elke dag (!) 1,5 miljoen dieren – medeschepsels, broeders en zusters wat ons betreft, door God geschapen en geliefd – geslacht worden.
Juist de gemeenschap van de kerk kan een plek zijn waar een gesprek hierover wordt gevoerd. Wat als we de tijd die we nu besteden aan discussies over begrotingen, homohuwelijk en andere kerkelijke issues die niet onbelangrijk zijn maar uiteindelijk niet de kern raken, eens besteden aan die ene vraag: wat is mens zijn naar Gods beeld in een tijd van verandering? En wat laten we daarvan zien aan de wereld om ons heen?
Dierendag is een goede aanleiding erbij stil te staan hoeveel dieren door menselijk toedoen sterven, alleen al in ons eigen land. Vissen happen naar adem in rivieren die langzaam opdrogen. Dieren zuchten in veehouderijsystemen waar ze nauwelijks zichzelf kunnen zijn (in beleidstaal: diereigen gedrag kunnen vertonen) en verdwijnen uiteindelijk in de (spreekwoordelijke) gehaktmolen. Onze bovenmatige consumptie van dierlijke eiwitten is niet houdbaar voor onze eigen gezondheid en voor het welzijn van dieren en de planeet. Juist voor christenen die geloven in een bezielde schepping is het een uitgelezen kans om Gods liefde in je koopgedrag zichtbaar te maken.
Laten we de tijd nemen om te luisteren – naar elkaar, maar ook naar de meer-dan-menselijke schepping. Pas wanneer we onze plek werkelijk onder ogen zien, kunnen we onze verantwoordelijkheid dragen. En misschien dan eindelijk weer horen klinken wat nu verdwijnt: de stemmen van onze broeders en zusters de dieren. En zien waarvoor we nu te vaak verblind zijn: de schoonheid van de schepping. Want, zoals de theologe Dorothee Sölle schrijft, ‘de langdurigste en gevaarlijkste vorm van verzet is die geboren uit schoonheid’.
Zo kan dierendag voor ieder van ons een dag van verzet worden.
Alfred Slomp
auteur en workshopleider van o.a. ‘God in de supermarkt’
Carla Dik-Faber
projectleider GroeneKerken en oud-Tweede Kamerlid ChristenUnie
Opinie-artikel op 2 oktober gepubliceerd in Nederlands Dagblad



