“Soms zijn er weken dat het allemaal bij elkaar komt en dan denk ik bij mezelf wel eens: ‘het is teveel’. Een mens heeft ook ruimte nodig om op te laden.” Joost Schelling is niet alleen directeur van VKB Kerkrentmeesters, maar ook voorzitter van de Raad van Toezicht van Schuldhulpmaatje én hij gaat af en toe voor tijdens kerkdiensten. Een drukke agenda dus, waarin het vinden van ademruimte essentieel is.

Ben jij iemand van radicale keuzes of juist van kleine stappen?
“Ik ben nooit heel radicaal geweest. De stap om predikant te kunnen worden was wel het meest spannend, maar ervaar ik niet als radicaal. Maar het is tegelijk niet zomaar een verandering van werk, want je gaat ook ergens anders wonen en neemt je hele gezin – in mijn geval vrouw en drie dochters – erin mee. Dan maak je voor je gevoel toch een radicale keuze, maar de verhuizing naar Sliedrecht was maar 5 km verderop, haha.”
“Ook als het gaat om verduurzaming ben ik trouwens niet het type om radicaal een andere kant te kiezen. We hebben als gezin zeker een derde van onze vleesconsumptie verminderd. Als iedereen dat doet, zijn we er ook. Zo werkt het ook in de kerkelijke gemeente. We zijn een gemeenschap. Als tweehonderd mensen een stapje zetten, dan is dat samen hartstikke veel. We moeten dat niet te klein maken. En dus soms ook maar gewoon beginnen met vergroenen, ook al zijn het voor je gevoel (te) kleine stapjes.”
Hoe kwam je terecht in het predikantschap?
“Na een studie theologie ben ik aan de slag gegaan in het jeugdwerk, eerst lokaal in Barendrecht en daarna bij de landelijke Protestantse Kerk in Nederland. Mijn beeld van een gemiddelde predikant zette mij niet aan tot predikantschap, maar toch werd ik in 2010 predikant in algemene dienst voor het landelijke jeugdwerk. Daarna dacht ik pas: ‘als een gemeente zich meldt, dan ga ik het gesprek aan’. Dat werd vervolgens Sliedrecht. 6 jaar later kwam Woerden.”

Waarom maakte je de overstap naar VKB Kerkrentmeesters?
“Een derde gemeente was niet de stap die ik moest zetten. Soms gaat een weg voor je open, soms gaat die dicht. In de tijd van COVID19 bouwde ik juist veel contacten op, in het pastoraat en erbuiten. Juist toen ontdekte ik de waarde van verbinding. Belangrijker dan alsmaar druk te zijn met de instandhouding van activiteiten en erediensten. We kunnen in de kerk druk met structuren zijn, maar de doordenking wie we zijn en wat we kunnen met de mogelijkheden die we hebben, daar wilde ik meer mee doen. En juist omdat in een tijd van krimp en schaarste je moet weten wie je bent en hoe je vervolgens dan je beleidsmatige keuzes moet maken.”
Hoe verhouden ‘kerkrentmeesterlijk beheer’ en de geloofsgemeenschap zich tot elkaar?
“Die twee hebben alles met elkaar van doen. Ik gebruik zelf de beeldspraak van hardware en software. Je kunt geweldige grafische programma’s willen gebruiken, maar zonder goede hardware functioneren deze niet. Juist als je keuzes moet maken, moet je ervoor zorgen dat je inhoudelijke kaders hebt. Wil je je bezittingen in beheer houden, of heb je alleen het gebruik nodig? Welke plek neemt je kerkgebouw in de visie van je kerk-zijn in? Ervaar je je bezittingen als last of zie je ze als kans om in te zetten voor de gemeenschap en buurt?”
Leeft het thema groene kerk onder kerkrentmeesters?
“Ja. Moeten ze er ook aan herinnerd worden? Ja. Dat zie ik ook als de taak van VKB Kerkrentmeesters. Sommige kerkrentmeesters zitten er boekhoudkundig in, zeker als ze dan een vraag voor een groen initiatief krijgen. Wat kost het de kerk als we gaan investeren in verduurzaming, wat levert het ons uiteindelijk op? Maar toen een paar jaar geleden de energieprijzen door het dak gingen, zag je ook bij veel kerkrentmeesters de wens om te verduurzamen. En met effect, want het gasverbruik is structureel fors omlaag gebracht. Maar ja, wel grotendeels op basis van een financiële prikkel. Soms zijn er ook hardnekkige beelden, bijvoorbeeld dat agrarische grond duurzaam verpachten je als kerk of diaconie minder financieel rendement oplevert. Heel vaak is dat niet eens zo. Maar zelfs al zou dat zo zijn, dan kun je stellen dat geld in je missie verschuift. Groen zijn (stewardship voor de aarde) hoort namelijk helemaal bij de missie van de kerk.”
“Groen zijn hoort bij de missie van de kerk.”
Wat kan een kerk concreet bijdragen aan duurzaamheid?
“Als we tweehonderd kopjes duurzame koffie serveren, dan maakt dat tweehonderd kopjes verschil. Dat is voor een huishouden niet snel te evenaren. Het voegt echt iets toe als je dit als community doet. Als zorg voor de aarde een elementair onderdeel is van je kerk-zijn, dan ga je het begroten en maak je er ook budgettair ruimte voor. Als je het omslaat over de gehele gemeente, gaat het misschien om twee of drie euro per persoon per jaar.”
“Als tweehonderd mensen een stapje zetten, dan is dat samen hartstikke veel. We moeten dat niet te klein maken.”
Tip?
“Vraag ook eens aan de gemeente: bent u bereid om extra bij te dragen zodat we als kerk meer vergroenen? Die stap mis ik bij kerkenraden, bij werkgroepen groene kerk en kerkrentmeesters. Uiteindelijk moet de kerkenraad of leiding van de kerk het dragen, zodat het goed ingebed is. Het zou heel krachtig zijn als GroeneKerken de beweging is om voor elkaar te krijgen dat duurzaamheid een beleidsmatig thema in het geheel van de kerk wordt.
Waarom is de sabbat zo belangrijk, juist in deze tijd?
“Als de sabbat niet bestond, zou ik hem zelf niet bedacht hebben, maar wel keihard nodig hebben. Ik ben iemand die goed tegen werk en drukte kan, maar het grote gevaar is dat ik constant doorga, als ik niet afgeremd word. Ik ervaar daarmee dat de sabbat mij gegeven wordt. Om te genieten, te aarden, om te zien wat al het gezwoeg je eigenlijk gebracht heeft. Ik heb veel geleerd van Walter Brueggemann, vooral zijn boek ‘Money and possessions’. Hij schrijf hier hoe de sabbat de enige manier is om echt te kunnen breken met de idolatrie van bezit en het verlangen naar alsmaar meer. Als we niet de stopknop indrukken, dan vergalopperen we onszelf en putten we onszelf en de aarde uit.”
“Als de sabbat niet bestond, zou ik hem zelf niet bedacht hebben, maar wel keihard nodig hebben.”
Wat betekent genoeg voor jou?
“Paul Schenderling inspireert mij. Hij houdt een pleidooi voor genieten van genoeg, waardoor je ook minder inkomen nodig hebt en bijvoorbeeld tijd overhoudt voor vrijwilligerswerk. Op dit moment probeer ik altijd te zoeken naar ook ruimte voor vrijwilligerswerk (in mijn thuisgemeente en voor Schuldhulpmaatje). Als de kerk ten onder gaat zal het niet zijn door financiën, maar door verminderde bestuurskracht en plekken die niet bezet kunnen worden. Ik zie generaties onder mij vaker een radicale keuze maken om één dag minder te werken. En zij richten zich op die dag vaak op maatschappelijke betrokkenheid, als maatje bij Schuldhulpmaatje, voor openbaar bestuur of als vrijwilliger voor een goed doel of kerk. Als we allemaal zo anders productief leren worden, dan heeft die manier van leven veel gemeenschapseffecten. Dat is dan ook hoopvol voor de toekomst van de kerk.”



