Tussen stad en schepping, zoeken naar verbondenheid met de natuur

Eva van Urk is theoloog en psycholoog en deed onderzoek naar de relatie tussen de mens als beeld van God (imago Dei) en de impact van de biodiversiteitscrisis. We spreken met haar over de rol van de mens: zijn we als mens onderdeel van de natuur, of staan we erboven? Tussen ‘heersen over’ en ‘verbonden zijn met’ ligt een spanningsveld dat vandaag de dag urgenter voelt dan ooit. Hoe kun je dit spanningsveld overbruggen, misschien zelfs in je eigen achtertuin? ‘Ik ben kerkelijk opgevoed met de gerichtheid op de relatie tussen God en mensen, maar God verheugt zich in de diversiteit van al het leven.’
Hoe is jouw relatie met de natuur?
‘Natuur voelt voor mij vaak op afstand. Als kind hadden we dicht bij huis een braakliggend terrein met wat begroeiing en een sloot. Dat was een kleine wildernis, een stukje grond waar ik me als kind kon terugtrekken. Tussen het riet was ik in m’n element. Dat mis ik nu wel. Ik moet de natuur echt opzoeken. Hoewel ik me ermee verbonden voel, ben ik geen type om zelfvoorzienend in een hut te leven. Ik ben ook een stadsmens en houd van drukte. Ik woon in Dordrecht, een groene stad met parken. Het is heerlijk om daar naartoe te gaan.’
Woon je zelf ook in het groen, met een tuin?
‘De inzichten over stadsecologie van Jelle Reumer waren voor mij een eye opener. Er is veel moois te ontdekken op de plek waar je woont, zelfs in je eigen achtertuin. Er zijn zoveel diersoorten die zich daar thuis voelen! Ook in je tuin zijn manieren te vinden om zelf aan vergroening bij te dragen, bijvoorbeeld door je tuin niet vol te leggen met stoeptegels. Naast ons huis is een steegje waar ik soms vleermuizen zie. Ze zijn als bliksemschichtjes die ‘s avonds voorbijkomen en voelen zich thuis onder de dakpannen.’
Je hebt een proefschrift geschreven over de relatie tussen mens en natuur, waar ging dat precies over?
‘Specifiek ging het over de betekenis van imago Dei: het geschapen zijn naar Gods beeld. Wat betekent het dat we in het christelijk geloof stellen dat we naar Gods beeld geschapen zijn, toegespitst op het ecologische vraagstuk van massa -extinctie [massaal uitsterven van soorten, red.]. Mijn proefschrift is een theologische bezinning op biodiversiteitsverlies.’
‘Wat betekent het ecologisch dat we in het christelijk geloof stellen dat we naar Gods beeld geschapen zijn?’
Wat heb je ontdekt tijdens jouw onderzoek?
‘De mens als beeld van God wordt vaak gekoppeld aan de gedachte van de mens als rentmeester. Die notie is sterk ter discussie gesteld. Het ‘heersen over’ uit Genesis 1:26-27 klinkt negatief, alsof de mens boven de natuur staat en haar misbruikt. Positief gesteld gaat het echter over verantwoordelijkheid en zorgzaamheid. Er is bovendien door de hele geschiedenis heen de notie dat de mens als beeld van God open kan staan voor Gods openbaring in de schepping. Daarbij gaat het om een zintuiglijke, zelfs sacramentele intelligentie: het met alle zintuigen reflecteren op Gods openbaring en iets van God proeven in de schepping. De schepping weerspiegelt Gods glorie. Door biodiversiteit te verwoesten wissen we dus sporen uit van Gods goedheid, wijsheid en almacht. De oosters-orthodoxen spreken heel treffend over de mens als priester van de schepping. Een rijk en aanvullend beeld.’
‘Door biodiversiteit te verwoesten wissen we dus sporen uit van Gods goedheid, wijsheid en almacht.’
Het roept de vraag op in hoeverre we nog iets van Gods glorie kunnen ontdekken nu zoveel in de schepping verloren gaat door menselijk toedoen. Het ‘heersen over’ uit de Bijbel is een lastige notie.
‘We moeten zorgvuldig omgaan met het beeld dat de mens ‘heerst’ en daarbij uitgaan van verbondenheid. We ontkomen niet helemaal aan dat heersen. Mensen hebben veel kracht en kunnen veel doen, ten goede of ten kwade. Hoe gebruiken we macht op een goede manier? Het ‘heersen’ komt samen met gemeenschapszin, de gemeenschap van al het leven waarvan God zag dat het goed was. In die gemeenschap kun je iets van God proeven. Juist die ecologische spiritualiteit hebben we nodig nu de biodiversiteit hard achteruitgaat.’
‘Het ‘heersen’ komt samen met gemeenschapszin, de gemeenschap van al het leven waarvan God zag dat het goed was.’
Wat betekent dat concreet?
‘Ik blijf in mijn proefschrift weg van heel specifieke keuzes, maar ze zijn wel belangrijk. Om toch een voorbeeld te noemen: in veel kerken bestaat de traditie van een bloemengroet. We vinden dat een mooi gebruik, maar er is ook een andere kant. De meeste bloemen kun je niet in de groene container doen als ze uitgebloeid zijn, omdat er te veel chemische bestrijdingsmiddelen op zitten. Het gesprek hierover kan lastig worden. Wat communiceer je met zo’n gifboeket?’
Heeft het massale uitsterven van soorten gevolgen voor je geloof?
‘Als ik me realiseer hoeveel in de schepping verloren gaat, voel ik de pijn heel sterk. Als mensen en als kerkelijke gemeenschap zien we het niet altijd. Vroeger, in de tijd van je opa en oma, waren er bijvoorbeeld veel insecten en weidevogels die je nu veel minder ziet. We noemen dat het shifting baseline syndrome: jongere generaties hebben een nieuw referentiekader, zij weten niet beter dan wat we nu om ons heen zien. Eerbied voor de schepping is onmisbaar.’
Word je nooit moedeloos?
‘Zeker. Vooral als ik zie hoe snel de ontwikkelingen gaan. De natuur is veerkrachtig, maar dat is niet iets om jezelf te sussen. Veel schade is onherstelbaar. Op het terrein waar ik als kind speelde, staat nu een kerk met een groot parkeerterrein. Dat steekt me wel. Natuurlijk is het mooi dat er een plek is waar mensen God lofprijzen, maar er is ook iets verloren gegaan. In het natuurgebiedje dat het eerst was, klonk óók de lofzang. Ik ben kerkelijk opgevoed met de gerichtheid op de relatie tussen God en mensen, maar God verheugt zich óók in de diversiteit van al het leven. Dat relativeert je eigen positie.’

Kan het christelijk geloof bijdragen aan het oplossen van de problemen?
‘Zeker wel. We mogen meewerken in het Koninkrijk van God, met een vrederijke toekomst waarin de schepping weer floreert. God nodigt ons uit om verantwoordelijk te leven, als goede rentmeesters, of als ‘priesters’ van de schepping. Het geloof is iets bemoedigends, omdat het hoop op herstel geeft. Tegelijkertijd kan het ook een valse troost zijn, met een verkeerd beeld van de nieuwe hemel en aarde, alsof datgene wat er nú is er niet toe doet. Dat speelt nog steeds te vaak een rol.’
Wat wil je aan kerkvergroeners meegeven?
‘De problemen van klimaatverandering en verlies van biodiversiteit zijn groot, maar al in de vroege christelijke kerk is er het besef van de waarde van de schepping. Ook toen dacht men na over de vraag ‘wie is de mens’ en hoe verhouden we ons tot andere wezens, tot dieren en planten. Je staat in een rijke traditie van oog hebben voor heelheid.’
Hoe resoneert ‘verwonderen’ uit het jaarthema van GroeneKerken ‘vertraag, verwonder, vier!’ bij jou?
‘Soms zit ik op m’n knieën in de tuin en kijk samen met mijn zoontje of dochtertje naar de zandkorrels of de mieren die in een rijtje achter elkaar aan lopen. Het gaat om de kleine dingen. Je gedachten stilzetten en observeren, tot je nemen. En ik heb een nieuwe hobby: zuurdesembrood bakken. De desemcultuur is heel biodivers, een levende microcultuur waarmee je het deeg laat rijzen. Voor brood bakken heb je weinig nodig en het is heel zintuiglijk: je kneedt met je handen het deeg en je ruikt het brood. Dat is telkens bijzonder. Een klein wonder.’
Hier vind je de publiekssamenvatting van het onderzoek van Eva van Urk.
Boekentip: Ioannis Zizioulas, Priesters van de schepping: een theologie van eerbied (2025).
Reflectievragen:
- Welke plekken uit je jeugd hebben jouw gevoel voor natuur gevormd? Mis je daar iets van in je huidige leven?
- Welke rol speelt jouw woonomgeving (stad, dorp of platteland) in hoe je natuur ervaart?
- Waar zie jij verrassende vormen van natuur dichtbij huis (bijvoorbeeld in je tuin, straat of buurt)?
- Wat betekent het voor jou om als mens ‘zorg te dragen’ voor de schepping?
- Hoe kijk jij aan tegen de spanning tussen ‘heersen over’ en ‘verbonden zijn met’ de natuur?
- Merk jij veranderingen in de natuur (zoals minder insecten of vogels)? Wat doet dat met je?
- Voel jij je weleens moedeloos over milieuproblemen, of juist hoopvol? Waardoor komt dat?
- Op welke kleine, concrete manieren kun jij bijdragen aan meer ruimte voor natuur in je dagelijks leven?
- Wat helpt jou om te vertragen en je te verwonderen over de schepping?
- Welke rol speelt jouw geloof in hoe je naar natuur en scheppingszorg kijkt?


