Carmody Grey is per 1 oktober 2024 benoemd tot bijzonder hoogleraar Integrale Ecologie aan het Laudato Si’-Instituut aan de Radboud Universiteit. We spreken met haar over haar liefde voor de natuur, de noodzakelijke paradigmaverschuiving in onze samenleving, over sabbatsleven, over polarisatie, wanhoop, weemoed en hoop. Ze heeft ook een bemoediging voor kerkvergroeners!
Kun je wat over jezelf vertellen voor de mensen die jou nog niet kennen? Wie is Carmody Grey?

‘In de eerste plaats ben ik moeder van mijn lieve zoon Benjamin en echtgenote van mijn lieve man Manuel. Daarnaast ben ik iemand die niets liever doet dan bergbeklimmen, zwemmen in een meer, wandelen in het bos of werken in mijn tuin. Ik houd van denken, praten, lezen, schrijven over filosofie, theologie en ethiek. Ook heb ik een grote liefde voor de natuurwetenschappen, in het bijzonder de biologie. Ik ben een Engelse katholiek, met protestantse martelaren onder mijn voorouders.’
Waar komt jouw liefde voor de natuur vandaan?
‘Mijn grootvader was een beroemde dierenarts – hij was de hoofdpersoon in de beroemde verhalen van James Herriot, die je misschien kent van boeken, films of tv. Van hem heb ik geleerd dat dieren en planten de meest waardige voorwerpen zijn van onze nieuwsgierigheid, fascinatie en eerbied, en een constante bron van vreugde. Ik had het geluk om op te groeien in een prachtig deel van de glooiende heuvels van de South Downs. Natuur was overal.
Mijn ouders hebben me ook geleerd dat nieuwsgierigheid een deugd is, en verwondering een plicht. De grootste kwaal, volgens hen, was om niet voldoende verwonderd te zijn over de wereld, om niet verrast te zijn, om niet in de ban te raken van de verbazingwekkende glorie van dit alles.
Ik ben eeuwig dankbaar voor dit geschenk van mijn ouders. Aandacht voor de schoonheid om ons heen is een discipline, een van de belangrijkste. Het is een discipline die de Schrift ons zal geven, zowel als de liturgie. We worden uitgenodigd om zorgvuldig een gewoonte van dankbaarheid in onszelf te koesteren, gebaseerd op verwondering en lofprijzing.’
Je bent hoogleraar integrale ecologie aan het Laudato Si’-instituut van de Radboud Universiteit. Wat betekent ‘integrale ecologie’? Wat is daar ‘integraal’ aan?
“Integrale ecologie is een manier om het geheel van de werkelijkheid te begrijpen, gebaseerd op het idee dat alles alleen bestaat door en in relaties. Er bestaat geen geïsoleerde ‘entiteit’, er zijn alleen netwerken van relaties. Ecologie is de wetenschap van relaties; en deze relaties zijn ‘integraal’ omdat ze met elkaar verweven zijn. In de sociale leer van de Katholieke Kerk wordt ervan uitgegaan dat we allemaal bestaan door drie relaties die altijd met elkaar verweven zijn: met elkaar, met de natuur en met het goddelijke.
Integrale ecologie is dus een programma dat moreel en spiritueel is, en ook intellectueel en praktisch. Het roept ons op om op een bepaalde manier te leven, om respect te hebben voor het feit dat alles met elkaar verbonden is, en ook om op een bepaalde manier te denken, om dingen te begrijpen door te kijken naar de relaties die ze maken tot wat ze zijn. Integrale ecologie daagt met name de abstracte, analytische stijl van moderne kennis uit. Moderne kennis is gebaseerd op de vooronderstelling dat je iets letterlijk uit elkaar moet halen, moet ana-lyseren, om het te begrijpen. Integrale ecologie probeert dingen weer samen te voegen – te syn-thetiseren – dingen te zien in termen van totaliteit en niet alleen als een verzameling van onderdelen.”
‘We hebben een nieuwe manier nodig om over onszelf na te denken, over wat een waardevol leven is, over wat geluk is, over onze plaats in de natuur.’
Wat spreekt jou aan in de encycliek Laudato Si’?
‘Laudato Si’ omarmt de visie van de kerk – een visie op God, de schepping en het menselijk leven – en past die toe op onze hedendaagse tijd, om te laten zien hoe diep en rijk haar bronnen zijn voor het aangaan van de uitdagingen van onze tijd. Zij verenigt spiritualiteit, ethiek, wetenschap, economie en politiek, en de theologie zelf, om te verhelderen waar we voor staan en hoe we verder kunnen gaan. Zij is zowel nuchter als uitdagend, maar ook hoopvol en vreugdevol. Ik blijf denken dat het waarschijnlijk het ‘beste’ is dat ooit over onze ecologische crisis is geschreven, in termen van een allesomvattende visie.’
Het is nu tien jaar geleden dat de encycliek werd geschreven. Het lijkt alsof we er weinig van hebben geleerd…
‘Ja. Dat was tevens de mening van paus Franciscus zelf, zoals hij die verwoordde in het vervolgdocument dat hij in 2023 schreef, Laudate Deum. Daarin schreef hij dat onze vooruitgang met het aanpakken van de uitdagingen van onze tijd pijnlijk traag is geweest. En hij noemt de diepere redenen voor deze traagheid: kortzichtigheid, ontkenning, opzettelijke en aanhoudende onverschilligheid, en een bewuste samenzwering van de rijken en machtigen bij de vernietiging van het klimaat en de natuur. We praten veel over Laudato Si’, maar het is ook belangrijk om over Laudate Deum te praten. We moeten eerlijk zijn over onze situatie. We worden geconfronteerd met de ernstigste vorm van ineenstorting van onze levensondersteunende systemen. Onze vreugde en onze hoop moeten helder zijn; en ze moeten voortkomen uit geloof, niet uit een goedkoop optimisme dat simpelweg gelooft dat alles wel goed komt.
We moeten ook bedenken dat Laudato Si’ is geschreven als een uitnodiging. Niet als een oplossing of een eindpunt. Het was een oproep, een uitnodiging, een opening van een pad. We moeten dat pad bewandelen. We moeten de oproep horen, de uitnodiging accepteren. Dat is een werk dat voortdurend gaande is en niet zal stoppen. Dit geldt met name omdat de ecologische schade zo groot is dat de gevolgen nu al onvermijdelijk zijn. We moeten nadenken over hoe we zullen reageren op de uitdagingen die de komende decennia op ons afkomen, en Laudato Si’ beschouwen als een toegangspoort, niet als een slotconclusie.’
Welke activiteit of welk deelonderwerp heb je als hoogleraar integrale ecologie als eerste opgepakt? Wat is je tot nu toe opgevallen?
‘Op dit moment denk ik na over hoe ik het thema integrale ecologie meer diepgang en vorm kan geven. De term heeft een nogal diverse geschiedenis en soms kan het gebruik ervan vaag en onnauwkeurig lijken. Ik wil er vorm en focus aan geven.
Dieper nog, ik probeer te achterhalen wat het werkelijk zou betekenen om ons paradigma te verschuiven. Paus Franciscus en vele anderen vragen ons om door een diepgaande culturele, intellectuele en sociale revolutie te gaan. We hebben een nieuwe synthese nodig, een nieuw paradigma. Hoe zou dat er uit zien? Hoe kan dit in de praktijk worden bevorderd?
Ooit stond ik nogal wantrouwig tegenover deze taal. Het leek me een beetje vergezocht, een beetje overdreven. Maar dat is veranderd. Het lijkt me nu duidelijk dat de hele basis waarop onze beschaving is gebouwd, opnieuw moet worden bekeken. We moeten een stap terug doen om de pathologieën [ziekteleer, red.] van onze beschaving te zien – pathologieën van eindeloze consumptie, zelfingenomenheid, het niet respecteren van onze eindigheid en onze aardsheid – en ons afvragen hoe we als mensen kunnen groeien naar iets volwasseners, meer geaard, meer heel. We hebben een nieuwe manier nodig om over onszelf na te denken, over wat een waardevol leven is, over wat geluk is, over onze plaats in de natuur, en over onze verantwoordelijkheden voor de natuur en voor elkaar.
Dat verdient terecht de naam paradigmawisseling. Maar nieuwe paradigma’s kunnen niet zomaar worden uitgevonden. Ze moeten worden ontdekt door middel van een gezamenlijk proces van luisteren en onderzoeken, en een diepe openheid voor de creativiteit die altijd in de werkelijkheid zelf aanwezig is.
Dat is dus wat ik nu doe: luisteren, leren, lezen, proberen te begrijpen – hoe moeten we anders kijken, anders denken, zodat we kunnen leven en bloeien als schepselen van deze aarde. Ik heb geen antwoorden. Maar ik weet wel dat we moeten leren van degenen die we traditioneel hebben genegeerd. Dat zijn vrouwen, vooral moeders; dat zijn inheemse gemeenschappen; dat zijn gemeenschappen in het mondiale Zuiden. En ja, dat betekent luisteren naar dieren en planten en ecosystemen. Ze spreken altijd, als we maar even zouden stoppen om te luisteren. Maar deze contemplatieve ontvankelijkheid moet gepaard gaan met een ijzeren, scherpe, felle vastberadenheid om politieke druk uit te oefenen om daadwerkelijke verandering te zien, vooral op mondiaal niveau. Dit is een moeilijke combinatie om voor elkaar te krijgen, maar dat is wat we moeten doen. We moeten echt ‘zo wijs zijn als slangen en zo onschuldig als duiven’ [Matteüs10:16].’
Het thema klimaatverandering is gepolitiseerd en gepolariseerd geraakt. Hoe komen we hieruit?
‘Dat is een van de moeilijkste problemen. De politisering van klimaatverandering, en met name de voorstelling ervan als een zaak van radicaal-links, is waarschijnlijk het grootste obstakel geweest voor het creëren van een gezamenlijke politieke wil om dit probleem aan te pakken. Ik denk hier op dit moment veel over na. We moeten een nieuwe taal bedenken voor het goede, het ware en het schone, die mensen daadwerkelijk verenigt; een nieuwe visie op het menselijk leven, die de politieke verdeeldheid overstijgt en waarin mensen van elke politieke achtergrond zich kunnen herkennen. Ik denk dat dat betekent dat we iets nodig hebben als een nieuw humanisme. Dat is een andere gedachte waar ik op dit moment aan werk.’
‘Rust is verzet – verzet tegen een heersend paradigma van hectische activiteit, constante druk om te produceren, te presteren, ergens heen te gaan of iets te doen.’
Ons thema voor dit jaar is ‘Sabbatsleven’. Een leven dat gekenmerkt wordt door rust en verbinding, minstens één dag per week. Herken je dat hier grote behoefte aan is?
‘Absoluut. En het is moeilijker dan ooit. De revoluties in communicatie- en informatietechnologieën – smartphones, ChatGPT, AI en chatbots – zijn echte vijanden. En ik meen dat net zo sterk als ik het heb gezegd. Deze krachten beroven ons van de essentie van ons leven: echte, duurzame relaties met elkaar en met de natuur. Uitzoeken hoe we onszelf kunnen beschermen is op dit moment van cruciaal belang. Ik hoop dat paus Leo ons hierin zal leiden.
Als individuen moeten we deze technologieën een plaats geven in ons leven: een zeer beperkte, zorgvuldig afgebakende plaats. Ik hoop op een toekomst waarin we inzien dat het gebruik van smartphones of het regelmatig gebruik van ChatGPT in ons dagelijkse werk en vrije tijd even schadelijk is als roken. En we moeten ook als samenleving uitzoeken hoe we dit kunnen doen. Integrale ecologie gaat ook hierover. Ons echte leven speelt zich af in drie plus één dimensies, in echte ruimte en echte tijd. Dat is waar we moeten leven, om onze betekenis en onze identiteit op te bouwen. Als we proberen te leven in de virtuele ruimte, leven we uiteindelijk helemaal niet. We moeten vechten voor onze sabbatten. We mogen niet afwachten tot ze ons worden gegeven. We moeten ervoor vechten. Rust is verzet – verzet tegen een heersend paradigma van hectische activiteit, constante druk om te produceren, te presteren, ergens heen te gaan of iets te doen. We moeten ons realiseren dat het al genoeg is om gewoon een schepsel te zijn. We hoeven onszelf niet te maken. We zijn gemaakt en aan onszelf gegeven. We kunnen dankbaar zijn voor ons geschapen-zijn, voor ons eigen bestaan en dat van alle schepselen om ons heen. Dat kúnnen we niet alleen, dat moeten we ook. Dit is wat actie mogelijk maakt – niet reactie, maar echte actie. Omdat het echte handelingsvermogen geworteld is in vrijheid. De sabbat maakt ons vrij.’
‘We hebben rouw- en klaagrituelen nodig; manieren waarop we onze woede, onze pijn, ons verdriet en onze angst kunnen uiten.’
De ecologische crises kunnen bedroevend zijn. Wat geeft jou hoop?
‘De ecologische crises móeten bedroevend zijn. Als we niet rouwen, houden we onszelf voor de gek. We moeten allemaal manieren vinden om te rouwen over wat we verliezen. We hebben rouw- en klaagrituelen nodig; manieren waarop we onze woede, onze pijn, ons verdriet en onze angst kunnen uiten. Ik denk dat dit belangrijker is dan we beseffen.
Maar hoop is een bron die nooit opdroogt. Waarom? Omdat echte hoop niet gebaseerd is op optimisme dat alles goed komt. Het is gebaseerd op het geloof dat de kern van deze wereld, de kern van de werkelijkheid zelf, naar het goede neigt; dat niets dat goede kan uitdoven. Dat hoe de dingen ook gaan in de komende decennia, het goede dieper en duurzamer is. Gelovigen noemen deze goedheid ‘God’. Het is datgene wat de heilige Paulus ‘de reden voor onze hoop’ noemt.
De grootste getuigen van het christelijk geloof zijn mensen geweest die een radicale hoop als deze hebben geleefd. Dietrich Bonhoeffer is mijn favoriete voorbeeld. Zelfs toen alles hopeloos leek, getuigde hij nog steeds van de mogelijkheid van goedheid, van menselijke waardigheid en een besef van doel en betekenis, van de waarde van het doen van wat juist is – zelfs op de donkerste plaatsen, en zelfs wanneer het leek alsof het geen verschil zou maken.
Deze diepe goedheid van de dingen, die God is, toont zich in ons dagelijks leven. We voelen allemaal die plekken waar het dicht aan de oppervlakte ligt, waar het met ons communiceert. Voor mij is dat in het gezicht van mijn zoon Benjamin. Als ik Benjamin zie spelen, als ik hem vasthoud, voel ik die onuitblusbare schoonheid van de werkelijkheid; haar eindeloze dynamiek en frisheid. We hebben allemaal deze concrete ontmoetingen met de bron van hoop nodig. Velen vinden dat bij hun kinderen, weer anderen bij de natuur, of muziek, of vriendschap. En natuurlijk verandert dit gedurende ons leven. Ieder van ons moet die plekken identificeren, de plekken waar we het echte leven voelen stromen, de energie van God, als ik het zo mag zeggen. En dicht bij die plekken blijven.’
Welke boodschap wil je overbrengen aan groene kerken en mensen die zich hiervoor inzetten?
‘Geef niet op. Geef nooit op. Geef nooit, nooit op.’
Naslag:
De bijzondere leerstoel Integrale Ecologie is ingesteld door de onafhankelijke denktank Socires. Het interview is mede dankzij hen tot stand gekomen.
Bovenstaande is een vertaling van het Engelstalige interview met Carmody Grey – het originele interview kun je hier nalezen.


