Bernd Wallet vertelt over de plek van scheppingszorg in de Oud-Katholieke Kerk, maar ook over zijn ambt van aartsbisschop en zijn roeping. Over de Vastentijd zegt hij: ‘Vasten is een innerlijke houding en vasten voedt je spiritualiteit. Je kunt onmogelijk eucharistie vieren en niet willen delen en breken in het dagelijks bestaan. […] De Veertigdagen- of Vastentijd is ook een tijd van vertragen. Het geeft ruimte om stil te worden, maar dan wel een gevulde stilte: een concentratie op wat wezenlijk is.’ Lees hieronder het volledige interview.
Sinds wanneer ben je aartsbisschop?
‘Zes jaar geleden ben ik gekozen tijdens een feestelijke viering in een hartstikke volle kerk. Een maand later was één van de eerste besluiten om kerken te sluiten, vanwege het coronavirus. De start van mijn tijd als aartsbisschop was daardoor uitzonderlijk. Ik was van plan het land rond te gaan en parochies te bezoeken, maar dat kon niet. Er waren meer mensen die in die tijd begonnen met een nieuwe baan en dat leverde een soort van solidariteit op.’

En komende zondag is de ‘verjaardag’ dat je gekozen bent als aartsbisschop…
‘Dat wordt zeker gevierd! De roeping destijds vanuit de gemeenschap heb ik ervaren als een ’treed naar voren in deze kring’. De wijding 1,5 jaar later was gepland met gasten op 1,5 meter afstand, in de Lebuinuskerk in Deventer [hier terug te kijken, red.]. Die kerk was een kathedraal in de korte tijd dat er een bisdom Deventer was. Hier in de kast ligt het missaal dat de laatste bisschop van Deventer heeft gebruikt en ook de bisschopsstaf die ooit voor Deventer is gemaakt hebben we bewust bewaard. We voelen ons materieel en geestelijk verbonden.’
Wat zijn zoal de taken van een aartsbisschop?
‘Ik ben pastoor voor de pastoors en voorzitter van het bisdom. Als bisschop ben je een opziener – een episcopos – die waakt over het welzijn van de kerk en ervoor zorgt dat de vreugde van Pasen en het nieuwe leven in Christus centraal blijven staan. In de oud-katholieke traditie is het bisdom de lokale kerk: het niveau waarop alles wat kerk-zijn inhoudt samenkomt, zoals opleiding, wijding en beraad van priesters. Priesters werken in parochies en vertegenwoordigen daar het ambt van de bisschop. Zo staan we in continuïteit met de kerk van alle tijden en bouwen we samen de gemeente op. Als aartsbisschop draag ik daarnaast verantwoordelijkheid voor de kerkprovincie Utrecht, die sinds 1559 als zelfstandige kerkstructuur bestaat en waaraan wij als Oud-Katholieke Kerk vasthouden.’
Dat raakt aan het punt van tradities. Welke traditie van de kerk is voor jullie belangrijk?
‘Onze kerk wortelt in de moderne devotie, een beweging uit de 14e eeuw. De kern daarvan is dat het geloof te belangrijk is om over te laten aan de bisschop en de geestelijkheid. Ieder moet voor God verantwoordelijk leven: je innerlijk voeden, maar ook gemeenschappelijk het welzijn zoeken van de plek waar je woont en van de aarde.’
Ieder moet voor God verantwoordelijk leven: je innerlijk voeden, maar ook gemeenschappelijk het welzijn zoeken van de plek waar je woont en van de aarde.
Het welzijn van de aarde … mooi! Speelt scheppingzorg een rol in jouw persoonlijke leven?
‘Al jong was ik me ervan bewust dat we maar één aarde hebben die ons is toevertrouwd, maar dat we haar niet goed behandelen. De kerk waarin ik opgroeide had contact met een gemeente in de DDR en als tiener ging ik daar op bezoek. Ik zag hoe scheppingszorg daar een groot thema was. De milieu- en vredesbeweging hadden onderdak bij de kerk, omdat ze daar vaak de enige plek hadden waar ze konden bestaan.
Ik herinner me ook Aswoensdag 1991. Na het ontvangen van het askruisje wilde ik de Veertigdagentijd bewust aanzetten. Het waren de klassieke dingen, zoals geen alcohol en geen vlees. Toen ben ik gaan lezen over onze vleesconsumptie. Ik heb een tijdlang vegetarisch gegeten en eet nog altijd weinig vlees.’
Hoe heeft scheppingszorg een plek in de Oud-Katholieke Kerk?
‘Bij de opdracht van brood en wijn klinkt een tweevoudig dankgebed: voor de gaven van de schepping en voor het werk van mensenhanden. Dat komt samen in de liturgie. Wanneer de hostie wordt opgeheven, kijk je naar iets breekbaars en kwetsbaars. Zo komt Christus ons nabij. We vieren midden in de schepping, delen met elkaar en gooien niets van de eucharistie weg.’
Afgelopen week was het Aswoensdag en was er in de Gertrudiskathedraal ook een viering. Wat gebeurt er dan?
‘Op Aswoensdag worden verbrande palmtakken van Palmzondag gebruikt, takken die mensen thuis bewaard hebben achter een icoon of kruisbeeld. Met de as worden we op het voorhoofd getekend of besprenkeld, als teken van verootmoediging en van onze eindigheid: Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren. Tegelijkertijd klinkt de oproep: Bekeer je en geloof het evangelie. Christus gaat met ons mee door dood naar leven. In de onzekerheid van het bestaan vinden we zo de weg van de hoop – de essentie van ons geloof. Zo wordt spiritualiteit niet een vlucht uit de wereld, maar een manier om er bewuster in te leven.’
Hoe wordt de Vastentijd in de Oud-Katholieke Kerk beleefd?
‘Het is een tijd dat we eraan herinnerd worden dat we onderweg zijn als volk van God. Daarvoor zijn rituelen behulpzaam, om die herinnering op te roepen. Er is weinig dat zo triggert als je dagelijkse eet- en drinkpatroon, maar de Vastentijd is geen kuur. Je kunt ook een extra gebed uitspreken, of iets extra’s doen voor iemand die dat nodig heeft. Of geld sparen en als offer aan de kerk geven. Maar we schrijven niets voor. Het belangrijkste is om steeds weer terug te keren naar de Bron.
Je kunt onmogelijk eucharistie vieren en niet willen delen en breken in het dagelijks bestaan.
Vasten is een innerlijke houding en voedt je spiritualiteit. Je kunt onmogelijk eucharistie vieren en niet willen delen en breken in het dagelijks bestaan. Het is onmogelijk om te knielen voor Christus in de hostie en daarna niet te knielen voor de bedelaar om de hoek. De zorg voor de kwetsbaren en de kwetsbare schepping is gegeven met het dienen van Christus, zoals de beweging van Sant’Egidio laat zien.
De Veertigdagen- of Vastentijd is ook een tijd van vertragen. Het geeft ruimte om stil te worden, maar dan wel een gevulde stilte: een concentratie op wat wezenlijk is.’

Jullie hebben ook ieder jaar een Paaswake, waarin de kerkgangers – letterlijk – van het donker naar het licht gaan. Hoe ziet die viering eruit?
‘Tijdens de Paaswake vieren we met de elementen het nieuwe leven. Bij de kerk brandt een paasvuur, waaraan kaarsen worden ontstoken die mensen meenemen de kerk in. Het licht symboliseert de doortocht door de Rietzee en de donkere nacht van de dood. In de viering zelf gaat alle licht aan: Christus is verrezen! In dat licht horen we de verhalen van de schepping, de uittocht en de hoopvolle beloften van vernieuwing door de profeten.
Het nieuwe leven wordt zichtbaar in de doop, waarbij tegenwoordig ook volwassenen gedoopt worden. Iedereen wordt besprenkeld met water, als teken van het water van de nieuwe tempel (Ezechiël) en dat de aarde die nieuw leven schenkt. Tijdens de plechtige waterwijding klinkt de heilsgeschiedenis over het water, en het blazen van de priester verwijst naar de wind die over de wateren gaat.
In veel kerken vieren we de Paaswake plechtig, voortkomend uit eeuwenoude rituelen. Deze traditie geeft vreugde in het hart, groter dan je zelf kunt bedenken.’
Welk ritueel is jou persoonlijk dierbaar?
‘Een kruisteken maken. Het is een dagelijks ritueel dat je overal kunt maken. Ik ben niet altijd met mijn gedachten bij God, maar van kruisteken tot kruisteken weet ik dat God wel altijd bij mij is. Het kruisteken is ook fysiek, niet alleen iets voor het hoofd maar ook voor hart en handen. Het kruisteken is een moment waarop je je toewijdt in liefde en trouw aan de Schepper.’


